De huidige RoHS-richtlijn versus UV-lampen en UV-LED's - regelgeving en ontwikkeling
De RoHS-richtlijn 2011/65/EU beperkt gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur, waaronder kwik. Bijlage III van de richtlijn verleent tijdelijke vrijstellingen voor kwikhoudende lampen. Voor alle UV-relevante vrijstellingen zijn verzoeken tot verlenging ingediend; op grond van artikel 5, lid 5, van de richtlijn blijven deze geldig totdat de Europese Commissie een besluit heeft genomen. Voor gebruikers betekent dit: kwikhoudende UV-lampen blijven beschikbaar, en het is de moeite waard te onderzoeken of een proces kan worden omgezet naar UV-LED's.
Status augustus 2026: De UV-relevante vrijstellingen worden momenteel beoordeeld in het kader van de procedure die bekend is als "Pack 29". De raadpleging van belanghebbenden liep van 6 juni tot 1 augustus 2026 en werd door het Oeko-Institut op 2 augustus 2026 als afgesloten gemeld. Er is nog geen besluit van de Europese Commissie gepubliceerd. De in bijlage III genoemde datum van 24 februari 2027 is voor deze vrijstellingen dus geen automatische verbodsdatum.
Voor algemene verlichting is de EU aanzienlijk verder gegaan: talrijke vrijstellingen voor fluorescentielampen en compacte fluorescentielampen zijn al verstreken. De ontwikkelingen voor UV-bronnen volgen een afzonderlijk traject en worden hieronder beschreven.
Richtlijn 2011/65/EU ("RoHS 2") heeft haar voorganger, Richtlijn 2002/95/EG ("RoHS 1"), op 3 januari 2013 vervangen en blijft, zoals van tijd tot tijd gewijzigd, de geldende rechtsgrondslag. "RoHS 3" is daarentegen niet de officiële naam van een afzonderlijke richtlijn. In de praktijk wordt deze term gebruikt voor Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2015/863, die de vier ftalaten DEHP, BBP, DBP en DIBP aan bijlage II heeft toegevoegd.
De vrijstellingen in de bijlagen III en IV van Richtlijn 2011/65/EU zijn tijdelijk beperkt en worden regelmatig herzien in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang.
Verscheidene vrijstellingen in bijlage III van Richtlijn 2011/65/EU zijn relevant voor UV-lampen. De gepubliceerde juridische status en de lopende verlengingsprocedure moeten afzonderlijk worden beschouwd. De volgende vrijstellingen hebben in bijlage III als vervaldatum 24 februari 2027 en vallen tevens onder de Pack 29-procedure:
- 1(f)-I – fluorescentielampen met één voetje (compact), die voornamelijk licht in het ultraviolette spectrum uitstralen: tot 5 mg kwik per brander
- 2(b)(4)-II – andere fluorescentielampen die voornamelijk licht in het ultraviolette spectrum uitstralen: tot 15 mg kwik per lamp
- 4(a)-I – lagedrukgasontladingslampen zonder fosforcoating, waarbij de toepassing vereist dat het belangrijkste bereik van de spectrale lampuitgang in het ultraviolette spectrum ligt: tot 15 mg kwik per lamp (UV-C lagedruk- en amalgaamlampen)
- 4(f)-IV – kwik in lampen die licht uitstralen in het ultraviolette spectrum (middendruk- en hogedruklampen)
Bijlage III bevat nog meer lampgerelateerde vrijstellingen, bijvoorbeeld 4(f)-II voor hogedruk kwik(damp)lampen die worden gebruikt in projectoren waarvoor een output van ≥ 2000 ANSI-lumen vereist is. Ook die vrijstelling maakt deel uit van Pack 29.
Bijzonder geval metaalhalogenidelampen: Voor vrijstelling 4(e) ("kwik in metaalhalogenidelampen") vermeldt de gecodificeerde bijlage III eveneens 24 februari 2027. Deze is echter niet opgenomen in de gepubliceerde Pack 29-lijst. Voortdurende geldigheid op grond van artikel 5, lid 5, vereist een tijdig ingediend verlengingsverzoek, en voor 4(e) is in de tot dusver gepubliceerde procedurele status geen dergelijk verzoek gedocumenteerd. Wie metaalhalogenidelampen gebruikt – bijvoorbeeld bij zonsimulatie of verweringstests – moet dit punt daarom afzonderlijk volgen in plaats van het af te leiden uit de voortdurende geldigheid van de UV-vrijstellingen.
Het beslissende punt: de in bijlage III genoemde datum van 24 februari 2027 beëindigt een vrijstelling niet automatisch wanneer tijdig een verlenging is aangevraagd. Op grond van artikel 5, lid 5, van Richtlijn 2011/65/EU blijft de bestaande vrijstelling geldig totdat de Commissie over het verzoek heeft besloten. Indien een verlenging wordt afgewezen of een vrijstelling wordt herroepen, vervalt deze niet eerder dan twaalf en niet later dan 18 maanden na dat besluit, op grond van artikel 5, lid 6.
Waar een vrijstelling daadwerkelijk vervalt, verbiedt de RoHS-richtlijn het op de markt brengen van nieuwe kwikhoudende UV-lampen onder die vrijstelling. Voor de UV-relevante vrijstellingen met een lopende verlengingsprocedure is echter, per augustus 2026, geen stopzetting van het op de markt brengen per 24 februari 2027 besloten; zij blijven van toepassing totdat de Europese Commissie een besluit heeft genomen.
Voor voorraden moet onderscheid worden gemaakt tussen het eerste op de markt brengen binnen de Unie en het daaropvolgende op de markt aanbieden. Lampen die op de markt zijn gebracht voordat een vrijstelling verviel, mogen verder worden verhandeld en gebruikt. Dit geldt niet voor voorraden die nog niet op de markt zijn gebracht – de algemene bewering dat alle resterende voorraad ongeacht de marktstatus mag worden verkocht, is dus niet juist.
Artikel 4, lid 4, onder f), van de RoHS-richtlijn koppelt de regel voor reserveonderdelen niet aan de installatiedatum van een systeem. De beperking van stoffen op grond van artikel 4, lid 1, is niet van toepassing op kabels of reserveonderdelen voor de reparatie, het herhaalde gebruik, de bijwerking van functionaliteiten of de uitbreiding van de capaciteit van elektrische en elektronische apparatuur die van een vrijstelling gebruik maakte en op de markt is gebracht voordat die vrijstelling verviel – met betrekking tot die specifieke vrijstelling. Voor UV-systemen betekent dit: bepalend is het moment waarop het systeem op de markt is gebracht, niet het moment waarop het bij de exploitant is geïnstalleerd. Vervangingslampen voor systemen die tijdig op de markt zijn gebracht, blijven dus ook na het verstrijken van een vrijstelling toegestaan.
Bij het nemen van besluiten over RoHS-vrijstellingen onderzoekt de Europese Commissie onder meer of eliminatie of vervanging wetenschappelijk of technisch haalbaar is, of de betrouwbaarheid van vervangingen gewaarborgd is, en of de totale effecten op milieu, gezondheid en consumentenveiligheid van de vervanging waarschijnlijk zwaarder wegen dan de totale voordelen ervan. Ook de beschikbaarheid van vervangingen, de sociaal-economische gevolgen van de vervanging en mogelijke negatieve effecten op innovatie worden in aanmerking genomen.
In diesem Kontext sehen wir die aktuelle Entwicklung der UV-LEDs und der UV-Lampen wie folgt:
Die Regelungen zielen darauf ab, den Einsatz des giftigen Quecksilbers in Lampen zu reduzieren und langfristig auf quecksilberfreie Alternativen wie LED-Technologie umzusteigen.
Für zahlreiche UVA-Anwendungen sind UVA-LEDs (Emission bei 365 nm und längeren Wellenlängen) heute technisch etablierte quecksilberfreie Alternativen. Ihre Vorteile liegen in der schnellen Schaltbarkeit, der gezielten spektralen Auswahl, kompakten Bauformen und dem Verzicht auf Quecksilber. Für Neuentwicklungen und die Einführung neuer Prozesse raten wir daher zur Prüfung von UVA-LEDs. Ob eine vollständige Substitution sinnvoll ist, hängt vom jeweiligen Prozess ab – insbesondere von Wellenlänge, Bestrahlungsstärke beziehungsweise Dosis, bestrahlter Fläche, Anlagengeometrie, Wirkungsgrad, Wärmemanagement, Lebensdauer und Prozessqualifikation.
Bei UV-B- und UV-C-Anwendungen sowie bei hohen Strahlungsflüssen, großen bestrahlten Flächen oder speziellen Spektren ist die Substitution quecksilberhaltiger Strahlungsquellen technisch anspruchsvoller. UV-B- und UV-C-LEDs haben in den vergangenen Jahren deutliche Fortschritte erzielt und werden bereits in verschiedenen Anwendungen eingesetzt. Eine technische und wirtschaftliche Gleichwertigkeit lässt sich jedoch nicht pauschal für alle UV-Prozesse annehmen. Verfügbarkeit, Praktikabilität und Zuverlässigkeit von Ersatztechnologien sind deshalb ein wesentlicher Gegenstand der laufenden RoHS-Ausnahmebewertung.
In den Jahren 2015 und 2020 wurden bereits begründete Verlängerungsanträge für die Ausnahmen in Anhang III eingereicht und unter Einbeziehung der Marktteilnehmer entschieden. Für die aktuelle Runde mussten die Anträge nach Artikel 5 Absatz 5 spätestens 18 Monate vor Ablauf vorliegen, also bis zum 24. August 2025. Bewertet werden sie 2026 im Verfahren Pack 29; die Stakeholder-Konsultation lief vom 6. Juni bis 1. August 2026 und ist seit dem 2. August 2026 abgeschlossen. Eine Entscheidung der Europäischen Kommission ist noch nicht veröffentlicht. Nach Angaben der Kommission dauert eine Entscheidung über eine RoHS-Ausnahme derzeit typischerweise 18 bis 24 Monate ab Antragstellung; ein verbindlicher Entscheidungstermin ergibt sich daraus nicht.
Historische Entwicklung der Quecksilberregulierung
Die Regulierung von Quecksilber hat eine lange und komplexe Geschichte, die eng mit Umwelt- und Gesundheitskatastrophen verknüpft ist. Hier ist vor allem die Minamata-Katastrophe in Japan zu nennen, die in den 1950er Jahren begann. Durch die Einleitung von quecksilberhaltigen Abwässern in die Minamata-Bucht kam es zu massiven Umweltschäden und schwerwiegenden gesundheitlichen Auswirkungen auf die lokale Bevölkerung. Diese Katastrophe lenkte weltweit die Aufmerksamkeit auf die Gefahren von Quecksilber und führte zu verstärkten Bemühungen um die Regulierung des Schadstoffs.
Die Minamata-Konvention zielt auf den globalen Schutz der menschlichen Gesundheit und der Umwelt vor Quecksilberemissionen. Sie reguliert den gesamten Lebenszyklus von Quecksilber, vom Abbau bis zur Entsorgung.
In der Europäischen Union (EU) wurden in den letzten Jahrzehnten zahlreiche gesetzliche Maßnahmen ergriffen, um die Verwendung von Quecksilber zu minimieren. Ein bedeutender Meilenstein war die Einführung der RoHS-Richtlinie (Restriction of Hazardous Substances) im Jahr 2003. Diese Richtlinie zielte darauf ab, die Verwendung bestimmter gefährlicher Stoffe wie Blei, Quecksilber, Cadmium, sechswertiges Chrom, polybromierte Biphenyle in Elektro- und Elektronikgeräten zu beschränken.
Die heute maßgebliche RoHS-Richtlinie (2011/65/EU) wurde 2011 verabschiedet und wird fortlaufend geändert; mit ihr wurden die Ausnahmeregelungen für UV-Lampen befristet. Die häufig als „RoHS 3“ bezeichnete Delegierte Richtlinie (EU) 2015/863 erweiterte Anhang II um vier Phthalate. Diese zusätzliche Stoffbeschränkung gilt für die meisten Elektro- und Elektronikgeräte seit dem 22. Juli 2019 und für Medizinprodukte einschließlich In-vitro-Diagnostika sowie Überwachungs- und Kontrollinstrumente seit dem 22. Juli 2021. Der Höchstkonzentrationswert für Quecksilber blieb dabei unverändert; die für UV-Lampen entscheidenden Regelungen stehen in Anhang III und werden durch delegierte Rechtsakte angepasst.
Neben RoHS bestehen weitere unionsrechtliche Regelungen zu Quecksilber und Chemikalien. Die REACH-Verordnung (EG) Nr. 1907/2006 stammt bereits aus dem Jahr 2006 und ist damit kein seit 2022 neu eingeführter Rechtsakt.
Für quecksilberhaltige Produkte ist zusätzlich die Verordnung (EU) 2017/852 über Quecksilber maßgeblich. Sie wurde durch die Verordnung (EU) 2024/1849 erweitert – daraus stammen die in der Branche diskutierten Daten 31.12.2025 und 31.12.2026. Die dort ergänzten Einträge in Anhang II Teil A zielen auf Lampen für allgemeine Beleuchtungszwecke sowie auf nichtlineare Tri-Phosphor- und Halophosphatlampen. Für Strahler, die hauptsächlich im ultravioletten Spektrum emittieren, bleibt die Ausnahmesystematik des Anhangs III der RoHS-Richtlinie der maßgebliche Prüfmaßstab. Die Anwendungsbereiche beider Vorschriften sind getrennt zu prüfen.
Gesetzliche Anforderungen im Zusammenhang mit Quecksilber in UV-Lampen
Die Richtlinie 2011/65/EU beschränkt Quecksilber in Elektro- und Elektronikgeräten grundsätzlich auf den in Anhang II festgelegten Höchstkonzentrationswert von 0,1 Gewichtsprozent im homogenen Werkstoff. UV-Lampen werden in einer Vielzahl von Anwendungen eingesetzt, darunter in der Wasser- und Luftdesinfektion, in der Druckindustrie und in medizinischen Geräten. Trotz ihrer nützlichen Eigenschaften stellt das in diesen Lampen enthaltene Quecksilber ein Umwelt- und Gesundheitsrisiko dar.
Für UV-Lampen kommt es deshalb nicht allein auf den allgemeinen Quecksilbergrenzwert an, sondern vor allem auf die jeweils einschlägige Ausnahme in Anhang III mit ihrem genauen Anwendungsbereich und ihrer eigenen Mengenbegrenzung – 5 mg je Brennstelle nach 1(f)-I, bis 15 mg je Lampe nach 2(b)(4)-II und 4(a)-I. Hersteller und Importeure müssen die Einhaltung der Stoffbeschränkungen sicherstellen und nachweisen: über die technische Dokumentation, das Konformitätsbewertungsverfahren, die EU-Konformitätserklärung und die CE-Kennzeichnung des Produkts. Eine allgemeine eigenständige Pflicht, jede UV-Lampe separat mit ihrem Quecksilbergehalt zu kennzeichnen, ergibt sich aus der RoHS-Richtlinie nicht; zusätzliche Kennzeichnungspflichten können sich jedoch aus anderen Vorschriften ergeben.
Ausphasung von Quecksilber in Lampen: Technische Alternativen und Herausforderungen
Die Ausphasung von Quecksilber in Lampen stellt sowohl technische als auch wirtschaftliche Herausforderungen dar. Quecksilber ist in vielen UV-Lampen ein wesentlicher Bestandteil, da es bei der Bestrahlung mit UV-Licht eine sehr effektive und stabile Quelle darstellt. Die Entwicklung quecksilberfreier Alternativen erfordert daher erhebliche Forschungs- und Entwicklungsanstrengungen.
Eine vielversprechende Alternative zu quecksilberhaltigen UV-Lampen sind UV-LEDs. Diese Lampen verwenden Halbleitertechnologie anstelle von Quecksilber und bieten zahlreiche Vorteile, darunter eine längere Lebensdauer, geringeren Energieverbrauch und eine sofortige Betriebsbereitschaft ohne Aufwärmzeit. Trotz dieser Vorteile sind UV-LEDs in bestimmten Anwendungen noch nicht in der Lage, die Leistungsfähigkeit von Quecksilberdampflampen vollständig (z. B. im UV-C- oder UV-B-Bereich beziehungsweise bei hohen Strahlungsflüssen) zu erreichen. Insbesondere in Hochleistungsanwendungen und bei der Wasserdesinfektion sind weitere technologische Fortschritte erforderlich, um eine vollständige Substitution zu ermöglichen.
Der Markt für UV-Lampen hat sich in den letzten Jahren stark verändert. Während quecksilberhaltige UV-Lampen nach wie vor erhältlich sind, nimmt die Nachfrage nach umweltfreundlichen Alternativen stetig zu.
Neben UV-LEDs gibt es auch andere Technologien, die als Alternativen zu quecksilberhaltigen UV-Lampen in Betracht gezogen werden können. Zum Beispiel bieten Excimer-Lampen eine quecksilberfreie Option, die in bestimmten Anwendungen eine hohe Effizienz und Wirksamkeit aufweist. Diese Lampen erzeugen UV-Licht durch die Anregung von Edelgasen und bieten somit eine umweltfreundliche Lösung für spezielle Anwendungen.
Insgesamt zeigt sich, dass die Regulierung von Quecksilber in UV-Lampen sowohl eine Herausforderung als auch eine Chance für Innovationen darstellt. Unternehmen müssen sich proaktiv mit den gesetzlichen Anforderungen auseinandersetzen und gleichzeitig in die Entwicklung und Implementierung umweltfreundlicher Alternativen investieren.
Der weitere regulatorische Verlauf ist zum Stand August 2026 offen. Im Verfahren Pack 29 werden die eingereichten Verlängerungsanträge bewertet. Mögliche Ergebnisse sind eine Verlängerung, eine Änderung oder Eingrenzung einer Ausnahme oder eine Ablehnung mit anschließender Übergangsfrist von zwölf bis 18 Monaten. Eine belastbare Reihenfolge, in der einzelne UVA-, UVB- oder UVC-Technologien künftig eingeschränkt würden, lässt sich aus dem veröffentlichten EU-Rechts- und Verfahrensstand nicht ableiten.
Unsere Einschätzung: Sollte es zu einer gestaffelten Einschränkung kommen, rechnen wir zuerst mit UVA-Anwendungen geringer Leistung, weil dort mit UVA-LEDs ausgereifte Alternativen verfügbar sind. Für hochwattige UV-Strahler sowie für UVB- und UVC-Anwendungen sehen wir auf absehbare Zeit keinen flächendeckend gleichwertigen Ersatz. Das ist eine fachliche Einschätzung und keine Aussage über den Ausgang des laufenden Verfahrens.
RoHS en lampen: wat is nog toegestaan
De vraag over RoHS en lampen heeft geen alomvattend antwoord, omdat de uitzonderingen per lamptype en toepassing op verschillende momenten vervallen. Doorslaggevend is niet of een lamp kwik bevat, maar of er voor het beoogde gebruik een geldige uitzondering bestaat.
Industriële UV-processen volgen andere regels dan algemene verlichting – en juist daar zit de meest voorkomende fout.
Auteur: Dr. Mark Paravia
Dr.-Ing. Mark Paravia is directeur van Opsytec Dr. Gröbel GmbH in Ettlingen en leidt het geaccrediteerde kalibratielaboratorium. Na zijn onderzoek naar gepulste xenon-excimeerontladingen aan het Institute of Lighting Technology van het KIT ligt zijn huidige focus op optische stralingsmeettechniek. Hij is vicevoorzitter van de DIN-normcommissie FNL 7 "Optische straling" en lid van de DVGW-projectgroep UV-desinfectie.